Ahmed en Fatima

Fatima is twee jaar geleden uit Irak vertrokken en naar Nederland gekomen met haar vijf kinderen om bij haar man te zijn. Haar man, Ahmed, woont dan inmiddels al zeven jaar in Nederland. Eenmaal in Nederland kan Fatima haar draai niet vinden. Ze moet wennen aan de Nederlandse cultuur. Een land waar men op de fiets naar het werk gaat, waar drukke steden omringd zijn door koeien en schapen, een land waar niemand een blad voor de mond neemt. Ahmed kijkt toe hoe zijn Fatima een teruggetrokken en stille vrouw wordt. Een vrouw die niet meer de straat op durft en niet meer haar gevoelens uit: Fatima is depressief. Maar ook voor Ahmed is er een hoop veranderd. Het huis dat hij eerder voor zichzelf had, moet hij nu delen met zes andere mensen: zijn vrouw en vijf kinderen. Ahmed voelt zich verantwoordelijk vanuit zijn vaderrol om iedereen te kunnen voorzien in zijn of haar behoeften. Om iedereen elke avond een warme maaltijd te kunnen geven, dagelijks van schone kleren te kunnen voorzien en daarnaast ook nog het schoolgeld te kunnen betalen. Het is zwaar, erg zwaar.

Voor haar depressie gaat Fatima naar de huisarts. Ze vertelt hem over de negatieve sfeer in huis en de woede-uitbarstingen van Ahmed wanneer hij weer eens gedronken heeft. Ook haar wordt het te veel en ze vertelt de huisarts dat ze niet meer verder wil met Ahmed. De huisarts verwijst haar door naar maatschappelijk werk De Kern, die op haar beurt Fatima doorverwijst naar Kadera. Hier verblijft ze twee weken in de opvang en wordt ze door een eigen hulpverlener begeleid.

Fatima komt tot de conclusie dat ze wil scheiden, per direct. Ze besluit vervolgens haar andere twee dochters en haar spullen op te gaan halen bij Ahmed. Ahmed, die in de veronderstelling is dat zijn vrouw weer bij hem terugkomt, wordt geconfronteerd met het feit dat zij hem gaat verlaten. Er knapt iets bij hem. Spullen vliegen door het huis en ook zijn zoon moet de klappen opvangen van zijn vaders’ frustraties. Overstuur en emotioneel vertrekt Fatima met de kinderen.

Ahmed wordt een tijdelijk huis- en contactverbod opgelegd. Hij komt terecht in een nachtopvang waar hij ondersteuning krijgt van Vluchtelingenwerk. Dit leidt ertoe dat Fatima met de kinderen terug kan naar huis. Vanaf dit moment kom ik in contact met Fatima. Ik ga met haar het gesprek aan over onder andere de financiën, het geweld, haar aandeel daarin en haar overweldigende schuldgevoel. Want, vindt ze, door haar zit haar man nu in een nachtopvang, zonder geld en zonder familie.

Ik zoek contact met Vluchtelingenwerk om in gesprek te gaan met Ahmed. Wat ik verwachtte is een verbitterde, vernederde en gevaarlijke man. Een man die boos is omdat hij het huis uit is gezet. Boos omdat hij nu in een nachtopvang verblijft, waarvoor hij aan heel wat voorwaarden moet voldoen. Ahmed is bijvoorbeeld verplicht contact op te nemen met Tactus vanwege zijn drankprobleem. Dit betekent dagelijkse urinecontroles. Daarnaast moet hij elke dag erop uit voor dagbesteding. En niet te vergeten: de gezinsuitkering is met € 500,- verminderd omdat Ahmed nu ingeschreven staat in een andere gemeente.

Maar wat ik aantref is een eenzame, verdrietige en gebroken man. Eenzaam en verdrietig omdat hij zijn kinderen mist. Gebroken omdat hij hen niet datgene kan geven wat ze nodig hebben. Ahmed neemt de verantwoordelijkheid voor zijn daden. Hij geeft aan dat hij zijn vrouw en kinderen zo snel mogelijk weer wil zien. Hij mist ze, oprecht.

De jurist van Vluchtelingenwerk beaamt dat de afgelopen twee weken het hele gezin dagelijks aan de balie stond te smeken om herenigd te worden. Fatima beseft dat ze, na een huwelijk van 27 jaar, nog onvoorwaardelijk van haar man houdt. Ze kan hem weer zien als een lieve en zachtaardige man. Ze beseft dat het ook voor Ahmed een lastige situatie is geweest. Al die tijd heeft Ahmed zo zijn best gedaan om Fatima te ondersteunen en die helpende hand heeft ze niet aangenomen. Ze vertelt mij daarom dat ze haar man weer wil zien. Dat ze wil dat ik hen help zodat ze samen weer gelukkig kunnen zijn, zoals het altijd is geweest.

Samen met de jurist van Vluchtelingenwerk dien ik een aanvraag in om het contactverbod op te heffen. Op argumentatie wordt het verzoek ingewilligd en dat betekent dat Ahmed weer naar huis mag. Aan mij de taak om samen met Ahmed en Fatima een plan op te stellen, om te zorgen dat het geweld nooit meer terugkomt.

Ahmed, met een roos in zijn hand voor Fatima, is erg emotioneel bij de hereniging. Zijn oudste dochter slaat hem plagend op zijn buik: ook zij merkt hoe erg hij is afgevallen. Een warm en liefdevol gezin dat dolgelukkig is weer herenigd te zijn. Samen gaan we aan de slag en maken we duidelijke afspraken. Deze afspraken gaan bijvoorbeeld over Ahmeds drankgebruik. We spreken af dat als iemand boos is, diegene zijn of haar excuses aanbiedt en dat er na tien minuten gepraat wordt over wat er gebeurd is. Daarnaast mag Fatima Ahmed niet meer buitensluiten en moet ze met hem praten over haar gevoelens. Verdere zorg vindt het gezin niet nodig; ze zijn ervan overtuigd dat ze het samen redden. Wel wil het gezin graag hulp bij het regelen van de financiën vanwege de vele schulden. Hiervoor neem ik contact op met Humanitas. Ook krijgt het gezin nog hulp van Vluchtelingenwerk. Ahmed en Fatima overladen mij bij het laatste gesprek met bloemen en bedankjes. Waarom? Omdat ik naar hen geluisterd heb. “Eindelijk werden wij gehoord, bedankt daarvoor”, zeggen Ahmed en Fatima.

Anne

Er zijn fictieve namen gebruikt in verband met privacy en veiligheidsomstandigheden.