Herfst in zicht

Vanuit ons kantoor kijk ik uit op een veldje waar een aantal tamme kastanjebomen staan. Het is hier een bekend fenomeen; zodra de eerste blaadjes van de bomen beginnen te vallen stromen de mensen toe om de eetbare kastanjes te rapen. Schijnbaar is het een echte delicatesse, gezien de toewijding waarmee er geraapt wordt. Het is dan ook een drukte van jewelste en ik kijk vaak vol verwondering even uit het raam om te zien hoe mensen uit allerlei culturen urenlang ronddwalen, stokken in de bomen gooien en uiteindelijk met tassen, soms zelfs buggy’s vol kastanjes vertrekken.

Vanaf het eerste jaar dat ik dit tafereel mag aanschouwen, fascineert het me. Ik vraag me af wat deze mensen drijft om zoveel tijd en moeite te steken in het verzamelen van kastanjes. Zijn ze dan echt zo lekker dat het die investering waard is? Moeten hele gezinnen wekenlang overleven op gepofte kastanjes? Of verkopen ze hun buit misschien…

Dit jaar is het echter anders dan andere jaren, er is mij namelijk iets opgevallen dat me raakt. Iedere dag, ook in het weekend, loopt er een klein Aziatisch mannetje op het veldje. Als ik ’s ochtends mijn computer opstart is hij al aan het rapen en als ik ’s middags de boel afsluit loopt hij er vaak nog. Tussendoor zie ik hem rondjes rennen of een dansje doen om warm te worden.

Hij heeft een buggy bij zich die gedurende de dag steeds voller raakt. Soms heeft hij gezelschap van een klein meisje en lopen ze samen, beiden in een veel te grote regenjas, urenlang gebogen de grond af te speuren naar een kastanje die nog niet vertrapt is.

Ik vind het een triest beeld en kan me niet voorstellen dat ik de hele dag buiten in de regen, wind en kou zou lopen voor een handjevol kastanjes. Ik hoor mezelf mopperen “Je kunt toch ook gewoon een kilo op de markt kopen!”. Maar tegelijkertijd vraag ik me af of het wel zo zwart-wit is als ik het zie. Misschien heeft deze man wel heel veel plezier in het rapen en geniet hij juist van de buitenlucht en het feit dat de natuur gratis voedsel verstrekt. Misschien zijn het deze positieve drijfveren die maken dat hij daar, vrijwillig, zoveel tijd doorbrengt.

En dan bedenk ik me ineens hoe ik vroeger samen met mijn vader en zus heel wat kilo’s eikels heb geraapt en hoe fijn de herinneringen zijn die ik daaraan heb.

Als ik met die gedachte in mijn achterhoofd nogmaals uit het raam kijk zie ik een totaal ander beeld. Het kleine mannetje lijkt ineens gegroeid en ik lijk zelfs een glimlach op zijn gezicht te kunnen ontdekken.

Ik koppel deze situatie aan mijn dagelijkse werkzaamheden bij Kadera. Nog te vaak ben ik als hulpverlener geneigd om enkel te denken en te oordelen vanuit mijn eigen kaders. Dit voorbeeld laat mij zien dat een bredere kijk waardevolle inzichten kan geven. Bijvoorbeeld met betrekking tot de keuzes die onze cliënten maken in hun leven.

Op mijn bureau ligt nu een kastanje, zelf geraapt, opdat ik dit herfstige inzicht niet meer vergeet.