Een training over het signaleren van ouderenmishandeling


Ouderenmishandeling, het komt vaker voor dan je denkt.
Een training over het signaleren van ouderenmishandeling in Zwolle

Het is oktober 2013 en we zijn op een training die gaat over het signaleren van ouderenmishandeling. In de ruimte zitten elf dames en vier heren. Een van de deelnemers, hij is zelf 65+ en dus volgens de definitie een oudere, stelt een vraag: “Gaat het bij ouderenmishandeling alleen over lichamelijk geweld?”. Hij is wat sceptisch: “Dat fysieke mishandelen komt toch niet zo vaak voor?”.

Tijdens de training blijkt al snel dat er talloze voorbeelden te noemen zijn. Ouderenmishandeling kent vele vormen en gradaties. Het kan gaan om lichamelijke mishandeling, maar ook om het toebrengen van geestelijke of financiële schade. Bijvoorbeeld een zoon die zijn moeder kleineert, een kleinkind dat steelt van opa, of een volwassene die zijn moeder isoleert van de buitenwereld. Ook bij verwaarlozing spreken we van ouderenmishandeling; soms krijgt een oudere niet de zorg die hij of zij nodig heeft. Ouderenmishandeling komt veel voor; In Nederland gemiddeld bij 1 op de 20 ouderen.

Je begint vol vertrouwen en liefde aan zo’n taak, maar als het jarenlang duurt kan je het soms zo moeilijk volhouden!”.

Mantelzorg
Als ‘ontspoorde zorg’ ter sprake komt tijdens de training komen er veel reacties los. Een aantal deelnemers is zelf mantelzorger. Het is iedereen duidelijk dat de zorg voor een familielid of bekende zwaar kan zijn. “Je begint vol vertrouwen en liefde aan zo’n taak, maar als het jarenlang duurt kan je het soms zo moeilijk volhouden!”.

Uit onderzoek blijkt dat bijna de helft van alle mantelzorgers zich ‘matig tot ernstig belast’ voelt. De mantelzorger kan zo onder druk staan dat uit onmacht een situatie van mishandeling ontstaat. Bijvoorbeeld in het geval van meneer V. Hij is 82 en zijn vrouw 81. Zij is dementerend en behoorlijk verward. Meneer wil zelf voor zijn vrouw zorgen. Ze zijn altijd samen geweest en meneer wil, ook nu het moeilijker is, er voor haar zijn. Als meneer af en toe een boodschap moet doen of gewoon eventjes naar buiten wil, kan hij haar niet meenemen. Dat is zó vermoeiend. Als ze alleen thuisblijft, trekt ze alles uit de kasten. De enige oplossing die hij ziet is haar in bed stoppen en de slaapkamerdeur op slot doen. 

De situaties die beschreven worden zijn verdrietig. “Onmacht, vreselijk, mensonterend”, zo reageren deelnemers. Het is moeilijk om vast te stellen wanneer je wilt en moet ingrijpen. Stel, het gaat om uw buurman, een familielid, of uw cliënt. Wanneer grijpt u in? In hoeverre zijn mensen zelf verantwoordelijk?

Afhankelijkheid
Ouderenmishandeling vindt altijd plaats in een relatie van afhankelijkheid. Vaak is het juist een familielid of vriend die de oudere benadeelt. Dat maakt het voor een slachtoffer bijzonder moeilijk om erover te praten. Dat er in bepaalde situaties iets moet gebeuren, is voor iedereen duidelijk. Bewustwording en de problemen bespreekbaar maken zijn de eerste stap. En hoewel je dat bij dit onderwerp niet zou verwachten, er werd soms ook gelachen tijdens de training. Dat we er samen over praten en het onderwerp uit de taboesfeer halen is belangrijk. De conclusie tijdens de training is dan ook dat iedereen die met ouderen te maken heeft in elk geval moet weten dat dit soort dingen vaker gebeuren dan je denkt. En dat we samen alert moeten zijn.

Informatie en advies
Heeft u een vraag over oudermishandeling of wilt u advies over een bepaalde situatie? U kunt altijd contact opnemen met een van de hulpverleners van Kadera Steunpunt Huiselijk Geweld (0900 1 26 26 26). De training werd gegeven in het kader van het project Ouderenmishandeling dat door Kadera en GGD IJsselland in 2013 wordt uitgevoerd in opdracht van de gemeente Zwolle. Voor meer informatie en deelname aan een training kijkt u op www.kadera.nl.