Het duurt zo lang jij het volhoudt

Ik heet Joop Peters. Ik ben uitgenodigd om mijn verhaal te doen. Ik baseer mijn verhaal op ervaringen die ik heb meegemaakt en die periode  hoop ik voor altijd achter mij te laten. Op de titel ervaringsdeskundige ben ik niet trots, maar ik hoop wel een steentje bij te dragen om vooroordelen een beetje weg te nemen.

Begin  2006 ontmoette ik mijn ex-vriendin en vanaf het begin voelde het van beide kanten goed. Dat was ook de reden om te gaan samenwonen in mijn huis. De eerste jaren was er eigenlijk nooit wat aan de hand. Ruzies kenden we niet. In 2008 kwam de verandering.

Haar dochter – die bij haar vader woonde – kreeg daar moeilijkheden. Zij kwam bij ons inwonen en had haar eigen kamer, dus eigen plek. Belangrijk. In maart 2009 werd ik opa en toen ging het snel bergafwaarts. Mijn vriendin zocht vaak confrontaties en vond dat ze tekort kwam. En of haar dochter er nu wel of niet bij was, dat maakte niets uit. Zij was aan de beurt.

Het moment dat haar dochter het voor mij opnam, barste de bom. Ik zou tussen haar en haar dochter stoken. Ze ging steeds meer bepalen: spullen van mij moesten weg, die waren oud. Ze poetste de hele dag, je kon werkelijk van de vloer eten. Wanneer ze de schuur had gedaan, mocht ik er niet komen, bang dat ze was dat het er een puinhoop zou worden.

Ik vertelde haar dat ik hier ook woon, maar dat hielp niet. Mijn huis was mijn huis niet meer. En zij was niet meer de persoon die ik had leren kennen. Het begon met spugen wanneer we in gesprek waren. En elke keer een stap verder: kleren van mijn lichaam trekken. Weer later begon ze zich zelf te slaan en zei dan met dichte ogen: ‘is dit is wat je wil?’. Weer verder met haar hoofd op de grond en tegen keukenkastjes slaan. Ik ging dan om haar heen staan om haar te beschermen.

Nadat ze weer eens gespuugd had en kleren van mijn lichaam had getrokken, heb ik vrienden gebeld: of ze alsjeblieft wilden komen om haar mee te nemen. Ik had haar blouse inmiddels ook kapot gemaakt. Het was van mijn kant een wanhoopsdaad. Vrienden moet je er niet bij halen. Toen ze dan toch kwamen, vertelde ze doodleuk dat ik helemaal doordraaide. Nou, dat laatste klopt.

Inmiddels was ik bij de huisarts geweest en had daar mijn verhaal gedaan. Hij geloofde me wel (gelukkig) en gaf als antwoord: ‘Het duurt zo lang jij het volhoudt.’

De bedreigingen gingen steeds verder en ze liet me niet met rust. Ook niet op de naastgelegen kamer waar ik bijna twee jaar heb geslapen. Was ik net in slaap, beukte ze op me in. Mijn waardevolle spullen had ik onder mijn kussen en sleepte die overal mee naar toe. Vaak ging ik mijn bed uit en stapte in de auto en zat dan op het industrieterrein, waar ik soms verder sliep. Midden in de nacht kwam ik dan weer thuis, sliep weer verder en ging dan weer naar mijn werk voordat zij wakker werd. Soms schopte ze bij het tandenpoetsen, ik zag haar dan niet aankomen. Dat gebeurde ook wanneer ik achter de computer zat. Stond ze opeens achter me en sloeg op me in. Dat er geen ongelukken zijn gebeurd mag een godswonder heten. Ik herkende mezelf niet meer, hoe lang zou ik dit volhouden?

Niet alleen was er lichamelijk geweld, maar ze haalde alles uit de kast. Ze begon over mijn zoon die gehandicapt is: dat is je straf. Over mijn overleden vader en broer. Dreigen met zelfmoord en maar bellen naar mijn werk. Verder heeft ze veel geld (veel) van mijn rekening gehaald, daar kan ik naar fluiten. De grenzen zijn ver overschreden en ik dacht dat ik ze niet had. Toch – na hulp van instanties – heb ik besloten om op 3 maart 2011 de deur voor haar te sluiten. Dat ging niet gemakkelijk, maar ik voelde me op dat moment sterk genoeg.

We zijn allebei bij hulpinstanties geweest en ik heb – uit machteloosheid – haar hulpverlener ingeseind over wat hier allemaal gebeurde. Ze heeft het daar ook een keer voorgedaan. Nee, ze wilde niet verder en wanneer we dan weer thuis waren – we gingen er apart naar toe – vroeg ze: ‘zullen we het weer goedmaken. Ga je mee naar bed?’. Natuurlijk gaf ik geen gehoor aan dat laatste. Dat er geen ongelukken zijn gebeurd, daar ben ik blij om. Het had ook faliekant mis kunnen gaan.

Ik heb veel op internet gekeken naar wat er aan de hand kon zijn. Mijn conclusie over haar – door wat ik heb meegemaakt – is dat ze borderline had. Ik kreeg dan vaak het antwoord: zet haar de deur uit. Maar ja, dat doe je zo maar niet. Er wordt pas ingegrepen wanneer er ongelukken zijn  gebeurd en volgens mij zouden deze signalen eerder opgepikt moeten worden. Ik had de kracht niet meer. Mijn conclusie van mijn ervaring: Nooit gedacht dat dit mij overkomen zou. Maar ik heb het overleefd.