Het verhaal van Hamza (14)

Hamza (14) is samen met zijn zusje van 12, broertje van 9 en zijn moeder gevlucht uit huis. De politie heeft hen in de crisisopvang van Kadera aanpak huiselijk geweld geplaatst. Inmiddels zijn zij uit de crisisopvang, maar wonen nog wel bij Kadera.

‘Wij woonden samen met mijn vader, moeder, broertje, zusje, opa, oma, oom en tante in een huis. Toch was het niet altijd gezellig, want papa was heel vaak boos. Hij schreeuwde dan heel hard en schold mijn moeder en ons uit. Als hij echt heel boos was, ging hij ook slaan. Mama mocht niks, alleen eten koken, schoonmaken, boodschappen doen. Als papa honger had, zei hij: “Ga eten koken!” en als hij het niet lekker vond: “Dit is niet te vreten, kook maar wat anders.” Ik vond dat best zielig voor mama.

Eén keer was het heel erg en kwam de politie. Mama vertelde wat er gebeurd was en zei dat ze bang was dat papa ons ging ontvoeren. De politie vond dat wij niet meer bij papa konden blijven en heeft ons naar de opvang gebracht. Ik was toen 12 jaar.

In de opvang was het eerst wel even moeilijk. Opeens waren er allemaal regels en moest ik luisteren naar mama in plaats van naar papa. Ik ben gewend dat de mannen vertellen wat er gedaan moet worden. Daarom ging ik voor mijn broertje en zusje zorgen en tegen mama zeggen wanneer zij moest koken. Ik wil dat niet, want dan lijk ik op papa. Ik wil lief zijn voor mama en haar helpen.

In de opvang zijn hele leuke dingen. Elke week is er een tieneravond. Dan doen we allemaal leuke dingen met de andere jongens en meisjes. Maar het leukste vind ik het voetballen. Samen met de jongens uit mijn team hebben we heel veel lol. Ik speel met mijn vriendjes nooit bij ons in de opvang omdat ze dan weten waar ik woon. Ik ben bang dat ze me dan raar vinden. Ik heb vaak een gesprek met mijn begeleider. Soms ga ik ook tussendoor naar haar toe en vraag of zij even tijd voor mij heeft.

In de zomervakantie ben ik één week bij papa geweest. Ik vond dat wel leuk, maar nog leuker vond ik het om mijn vrienden daar te zien. Eigenlijk ben ik gegaan om mijn vrienden te zien. Ik geloof niet dat papa gaat veranderen. Maar ik wel! Mijn begeleider noemt me altijd een knuffelmarokkaantje en geeft mij complimenten als ik dingen goed heb gedaan. Ik word dan een beetje verlegen. Papa en mama deden dat vroeger nooit. Ook heb ik het al gehad over de toekomst. Ik wil namelijk nooit zo worden als papa. Mijn andere oom, die niet bij ons woonde, is mijn voorbeeld. Hij is heel lief voor zijn vrouw en kinderen. Dat word ik later ook!’

In dit waargebeurde verhaal is de naam gefingeerd in verband met de privacy.

Deze week, in de Week Zonder Geweld, vertellen 7 mensen hun verhaal, als slachtoffer of omstander van huiselijk geweld.