Huiselijk geweld en de dovencultuur

Doven en slechthorenden lopen extra risico om slachtoffer te worden van huiselijk geweld. Mede door communicatieproblemen en onwetendheid uit de omgeving wordt huiselijk geweld binnen deze doelgroep echter nog maar weinig gesignaleerd. Immers, hoe kan een dove jongere aan een horende persoon duidelijk maken dat hij te maken heeft met huiselijk geweld of seksueel misbruik?

De communicatie tussen doven en horende mensen kent een moeizame start. Tussen 1880 en 1964 is het verboden geweest gebaren te gebruiken. De heersende gedachte was toen dat dove kinderen meer baat zouden hebben bij een orale lesmethode en zij zich daardoor beter zouden aanpassen aan de horende samenleving. Zij werden tot een orale wereld gedwongen waarin zij zich vaak moeilijk staande konden houden en waarin zij een auditieve taal moesten leren die zij niet konden horen. Fysiek geweld jegens doven was in deze periode niet ongewoon: zij die wel gebaarden ontvingen lijfstraffen, voornamelijk gericht op de handen.

Toen het weer toegestaan was te gebaren werd ook de Nederlandse Gebarentaal (NGT) ontwikkeld. De gebaren die doven maken om zich te uiten worden echter nog steeds niet door iedereen begrepen. Dit komt omdat de Nederlandse ‘gesproken’ taal en de NGT ieder hun eigen grammatica, stijl en woordenschat hebben. Dit houdt in dat wanneer men NGT leert, men niet automatisch gesproken Nederlands leert.

Bovendien blijkt dat van alle dove kinderen ruim 95% horende ouders heeft. De communicatie tussen de (horende) ouder en het (dove) kind is daardoor vaak moeizaam. Het is voor deze ouders vaak lastig om hun dove kinderen op te voeden, mede doordat er vaak maar weinig materiaal beschikbaar is om hen te ondersteunen. Het is bijvoorbeeld lastig om seksuele voorlichting te geven in een auditieve taal die een dove niet begrijpt. Daarnaast zijn de gebaren met betrekking tot seksualiteit nogal expliciet waardoor ouders zich vaak schamen ze te gebruiken. Dit is slechts een voorbeeld van het communicatieprobleem tussen doven en horenden dat zich op meerdere fronten dan alleen seksualiteit kan afspelen. Deze moeizame communicatie kan namelijk leiden tot een gevoel van onmacht bij het reguleren van ongewenst gedrag, en kan zich in het ergste geval uiten in bijvoorbeeld fysiek geweld.

Het blijkt dan ook dat bij doven de kans op fysieke mishandeling vier keer hoger is dan bij goedhorende leeftijdgenoten. Van al het misbruik onder doven blijkt uit onderzoek dat 50% plaatsvindt door mensen die zelf ook doof zijn en dat 50% ervan plaatsvindt op scholen voor dove kinderen. Uit onderzoek blijkt verder dat dove mannen vaker slachtoffer zijn van seksueel misbruik dan goedhorende mannen en dat dove mannen en vrouwen respectievelijk vijf en drie keer meer geslachtsgemeenschap in de kindertijd hebben meegemaakt dan hun goedhorende leeftijdgenoten. De cijfers liegen er niet om en vragen een directe aanpak.

Bovenstaande laat zien dat de dovencultuur een risicogroep is voor huiselijk geweld. Het is belangrijk dat de omgeving alert is op de signalen en dat communicatie tussen doven en horenden verbeterd wordt. Er wordt nog niet optimaal samengewerkt tussen verschillende organisaties die te maken hebben of kunnen krijgen met de dovencultuur. Kennisuitwisseling en samenwerking tussen deze partijen is de sleutel bij de aanpak van huiselijk geweld binnen deze doelgroep.

Geschreven door: Nicky Jenken
Stagiair Team Preventie