Kinderen in de vrouwenopvang

26-03-2015

Kinderen in de vrouwenopvang 

‘Veiligheid is meer dan geweld voorkomen’ 
 
Somajeh Ghaeminia voor Augeo Tijdschrift over kindermishandeling en huiselijk geweld 
Kinderen die met hun moeders meegaan naar de vrouwenopvang zijn lang als bijzaak 
beschouwd, maar tegenwoordig worden hun rechten breed erkend. De aandacht moet nu 
uitgaan naar het bieden van structurele hulp aan het kind. Hoe ziet die hulp eruit? En gaat het 
lukken? 
 
Van baby-yoga en knutselactiviteiten tot speltherapie en gesprekken met de maatschappelijk werker: 
kinderen in de vrouwenopvang worden niet langer weggezet als aanhangsel van hun moeder, maar 
krijgen specialistische hulp en begeleiding aangeboden. Daar hebben zij recht op, klinkt het 
tegenwoordig. En: wie huiselijk geweld – vaak van generatie op generatie doorgegeven – wil stoppen, 
moet beginnen bij het kind. 
 

Het moment 

De wil is er, maar de middelen ontbreken nogal eens. Een gemiste kans, vindt Jan Laurier, voorzitter 
van de Federatie Opvang die de belangen van 27 vrouweninstellingen behartigt. In 2012 kregen die 
instellingen 3.100 kinderen tot 17 jaar onder hun hoede. 
 
‘Met de overheveling van jeugdzorg naar gemeenten is dit hét moment om juist deze kwetsbare groep 
structureel de juiste hulp te bieden.’ Zowel het aanbieden van hulp als de follow-up is een probleem, 
zegt ook Karin Matthijsse van Stichting Kinderpostzegels. ‘Terwijl het kinderen veel kan opleveren. Zo 
weten we dat kinderen in de opvang gemiddeld elf risicofactoren voor kindermishandeling met zich 
meedragen en getuige of slachtoffer zijn geweest van zeven tot elf nare gebeurtenissen. Zij hebben 
een verhoogde kans om (opnieuw) slachtoffer te worden of om als volwassene zelf pleger of 
slachtoffer te worden van huiselijk geweld. Gemeenten kunnen de stap naar (dure) jeugdzorg 
voorkomen door deze kinderen in de vrouwenopvang te begeleiden en waar nodig te behandelen.’ 
 
Om kinderen in de vrouwenopvang goed te kunnen helpen, werkt Federatie Opvang samen met 
Stichting Kinderpostzegels aan een drieledig plan. Ten eerste moeten alle instellingen zo ingericht zijn 
dat kinderen zich er veilig voelen en voldoende privacy hebben om zich terug te trekken of huiswerk te 
maken. Daarnaast moet hun begeleiding uitgaan naar behandeling waar nodig. Ten derde worden alle 
instellingen gestimuleerd de kinderen te ondersteunen met sport, spel en natuur. ‘Positieve ervaringen 
kunnen bijdragen aan het verwerken van trauma’s’, aldus Laurier. 
 

Nauwelijks privacy 

Een verontrustend onderzoek uit 2006 liet zien dat de kind begeleiding in de vrouwenopvang te 
wensen overliet: sobere voorzieningen en nauwelijks privacy voor de kinderen, die bovendien niet als 
individuele cliënten werden gezien. Federatie Opvang liet daarop – in samenwerking met een aantal 
instellingen voor vrouwenopvang – een landelijke basismethode ontwikkelen. 
 
De methode-Veerkracht biedt een duidelijk stappenplan en de benodigde instrumenten om met elk 
kind te praten over wat het heeft meegemaakt en wat het nodig heeft. Elk kind krijgt uiteindelijk een 
veiligheids- en hulpverleningsplan. Hoewel Veerkracht veel lof oogst, lukt het alle instellingen nog niet 
structureel financiering te krijgen. Eind 2013 hadden drie van de 27 vrouwenopvanginstellingen 
Veerkracht volledig ingevoerd. 
 

Ingrijpend verblijf 

Blijf Groep in Amsterdam en Zaanstreek was een van de eerste instellingen die Veerkracht op twee 
van haar locaties volledig toepaste. ‘Een verblijf bij de vrouwengroep is ingrijpend’, legt 
beleidsadviseur Danijela Petrovic uit. 
 
‘Deze kinderen zijn veelal getuige geweest van huiselijk geweld en dragen de spanningen van thuis 
met zich mee. Ze zijn losgerukt uit hun vertrouwde omgeving. We laten daarom meteen weten: we zijn 
er ook voor jou. Er is ruimte en tijd om te ontspannen en te spelen. En om je gevoelens te delen. Dat 
laatste doen we onder andere via het programma Tijd voor Toontje.’ 
 

Knuffelschildpad Toontje 

Toontje is een knuffelschildpad die hetzelfde heeft meegemaakt als de kinderen met wie hij speelt. Hij 
spiegelt dat en maakt kinderzorgen bespreekbaar. Dramatherapeute Erna Akerboom van het Oranje 
Huis in Alkmaar werkt nu twee jaar met het programma. ‘Via Toontje praten we met de kinderen over 
hun gevoelens en in moeder-kindbijeenkomsten stimuleren we hun onderlinge contact. Ook al hebben 
de moeders ontzettend veel aan hun hoofd, het is belangrijk dat ze er zijn voor hun kind.’ 
 
De hulp aan de kinderen verloopt grotendeels systeemgericht, legt Petrovic uit. ‘Huiselijk geweld kan 
alleen aangepakt worden als het hele systeem rondom de vrouw wordt betrokken: partner, kinderen, 
familie en netwerk. We spreken de ouders aan in hun rol als eindverantwoordelijke en zoeken samen 
naar oplossingen om de kinderen veilig te laten opgroeien. Veiligheid is meer dan geweld en ruzies 
voorkomen; het gaat er ook om dat een kind zijn diepste emoties kan uiten.’ 
 

Veerkracht in Amsterdam 

Amsterdam steekt vanaf volgend jaar structureel 250.000 euro in het programma Veerkracht. Barbara 
Schmeits, tot voor kort programmamanager huiselijk geweld en kindermishandeling bij de gemeente: 
‘Zeker kinderen in de opvang moeten geholpen worden om de vicieuze cirkel van geweld te 
doorbreken. Die hulp is te lang onderbelicht gebleven.’ Hoewel de effecten van Veerkracht nog niet 
goed onderzocht zijn, is Amsterdam positief. ‘De hulp aan de kinderen ontlast de moeders. Het 
contact tussen moeder en kind verbetert.’ 
 

Speelruimte 

Opvanginstelling Rosa Manus in Leiden, die jaarlijks tussen de 110 en 150 kinderen opvangt, voert 
Veerkracht op korte termijn structureel in, met steun van Stichting Kinderpostzegels. Kinderrechten 
hebben er altijd prioriteit gehad; zo is er een speciale ‘opvangklas’ waar kinderen vijf dagdelen per 
week onderwijs op maat krijgen en een binnenspeelplaats en kinderrecreatieruimte, met dank aan 
Stichting Het Vergeten Kind. 
 
Projectmanager Melania Bonofacio: ‘Het recht op recreatie is ontzettend belangrijk. Kinderen zijn 
enorm veerkrachtig. Hoeveel ellende ze ook hebben meegemaakt, geef ze speelruimte en ze bloeien 
helemaal op.’ 
 
Met de invoering van Veerkracht hoopt Rosa Manus de kinderen nog beter te ondersteunen. ‘Geen 
kind gaat hier nog zonder veiligheidsplan de deur uit. We moeten structureel kijken naar het kind als 
cliënt. De Veerkracht-methode dwingt ons te achterhalen wat er aan de hand is en de juiste hulp in te 
schakelen; hulp die meegaat als het kind de opvang verlaat en blijvende hulp voor het gezin.’ 
 
‘Gemeenten moeten financiële ruimte zien te vinden voor deze belangrijke groep’, besluit Laurier van 
Federatie Opvang. ‘Slachtoffers van huiselijk geweld lopen daar niet mee te koop. Des te belangrijker 
dat we aandacht blijven vragen voor deze kinderen en de verantwoordelijke gemeenten bereid vinden 
mee te werken aan de uitvoering van ons plan.’ 
 

Bron: Augo magazine, tijdschrift over kindermishandeling en huiselijk geweld www.augeo.nl/tijdschriftkindermishandeling