Wat ga je doen?

04-12-2014

Een vraag naar een vervolg, een toekomst. Een vraag die in het kader van participatie van onze doelgroep wat vaker en eerder gesteld mag gaan worden, als het aan de samenstellers van het boekje met dezelfde titel ligt.

Begin van dit jaar heeft Maarten Davelaar van het Verweij-Jonker Instituut voor de Federatie Opvang o.a. bij Kadera aanpak huiselijk geweld gekeken hoe opvanginstellingen de afgelopen jaren bezig zijn met het onderwerp participatie en werk.

Hij geeft ergens in het begin van het verslag al aan: dat er “ergens in de genese van de verzorgingsstaat, zich een ongewenste scheiding heeft afgetekend tussen het ontvangen van zorg en het verrichten van arbeid”. Het een lijkt het ander soms in de weg te staan.

Met het besluiten voor de methodiek Krachtwerk, is het zoeken naar perspectief en eigen kracht, ook als het gaat om scholing, dagbesteding, zingeving enzovoort, meer centraal komen staan.

Desondanks zijn de cijfers over deelname van de cliënten van de maatschappelijke opvang aan activerend aanbod niet echt positief: bijna de helft van hen doet niet mee, staat aan de kant.

In het onderzoek zijn verschillende organisaties aan het woord en zijn de resultaten van een nul- en eindmeting in beeld gebracht. Op basis daarvan zijn heldere aanbevelingen geformuleerd.

Een drietal ex-clienten van Kadera zijn bevraagd op hun ervaringen.

Een paar van hun uitspraken:

“Ik heb geluk gehad dat ik niet zolang in negatieve dingen of problemen blijf hangen. Ik heb de kans gekregen, ik ben nog jong en ontvang studiefinanciering, ik dacht bij mezelf het is nu of nooit.”

“Veel mensen worden een beetje lui als ze in de opvang zitten. Je zorgt en zit en speelt de hele dag met kinderen.”

“Het is jammer: we hadden op donderdag sporten en weerbaarheidtraining. Maar veel vrouwen kwamen niet opdagen. Dus is het gestopt. Maar het is nuttig. Ik denk soms: kunnen ze geen sanctie opleggen ofzo?”

“Ik wil nu aan de slag. De tijd dringt, maar ik moet wel oppassen voor mijn gezondheid door stress, door alles wat ik heb meegemaakt.”

“Hier word je weer sterk gemaakt. (…) Ik wil nuttig zijn. Ik wil niet als een plantje zijn en water krijgen. Zo voel ik me nu, echt.”

Het is zoeken geblazen: voor cliënten, begeleiders en instellingen. Wat werkt en voor wie werkt het dan?

Hoe organisaties zich moeten opstellen als het gaat om activering, is als volgt onder elkaar gezet:

- Participatie is niet iets voor “erbij”, het vraagt gerichte en continue aandacht, menskracht en middelen
- Niet alles zelf willen doen, professionaliseren is loslaten
- Opvangorganisaties moeten omwille van hun doelgroepen maatschappelijke partners en overheid ondersteunen, wegwijs maken, “ontzorgen”
- Betrokken blijven, vasthoudend zijn. Trouw betonen. Cliënten in beeld houden
- Steeds weer willen bedenken: wat werkt voor wie: geen standaardmensen, geen standaardoplossingen
- Aansluiten bij de dynamiek in de regio, bij lokale kansen

Dat zijn voorwaarden waaronder de cliënten vervolgens met kleine realistische stappen hun droom dichterbij kunnen brengen, in persoonlijke en zakelijke netwerken en met groeiend zelfvertrouwen. Niet als een plantje, maar als een lerend mens, die weet wat ze gaat doen.

 

LEZEN DUS!! Klik hier

Marja